ECLI:NL:RVS:2026:2946
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij afgewezen asielaanvragen
Verzoekers hebben bij besluiten van 18 november 2025 een afwijzing ontvangen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft op 16 april 2026 hun beroepen ongegrond verklaard. Verzoekers zijn hiertegen in hoger beroep gegaan en hebben tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 26 mei 2026 geoordeeld dat verzoekers niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat zij recht hebben op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.
Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Raad van State.
Uitkomst: Verzoekers mogen niet worden uitgezet en krijgen opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is beslist.