ECLI:NL:RVS:2026:3021
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer in Vlissingen
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen heeft bij besluit van 17 december 2024 een locatie aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) nabij het adres van appellant. Appellant stelde dat deze locatie ongeschikt is vanwege geur- en geluidshinder, ongedierte, aantasting van uitzicht en belemmering van de toegang tot de achtertuin.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beoordeeld of het college de locatie redelijkerwijs geschikt mocht achten en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn ten opzichte van de doelen van het locatieplan. De Afdeling oordeelt dat geluid- en geurhinder inherent zijn aan het systeem en onder normale omstandigheden niet tot afwijzing leiden. Ook de aantasting van het uitzicht en het bijplaatsen van afval zijn onvoldoende om de locatie af te wijzen.
Ten aanzien van de toegankelijkheid van de achtertuin concludeert de Afdeling dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat de ORAC meer belemmert dan de eerdere parkeerplek. De voorgestelde alternatieve locaties zijn niet zodanig beter dat het college had moeten afzien van de aangewezen locatie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatieaanwijzing van de ondergrondse restafvalcontainer wordt ongegrond verklaard.