ECLI:NL:RVS:2026:3030
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kosten bestuursdwang voor verkeerd aangeboden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 28 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een platgemaakte kartonnen doos te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer was aangetroffen. De doos was te herleiden tot appellant via een adreslabel. Het college bracht de kosten van €192,00 voor deze maatregel bij appellant in rekening.
Appellant betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij niet degene was die de doos naast de container heeft geplaatst en dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheid dat een derde de doos heeft verplaatst. Tevens betoogt appellant dat de kosten onevenredig zijn gezien het ontbreken van opzet, recidive en de geringe omvang van het afval.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het bewijsvermoeden geldt dat degene aan wie het afval kan worden herleid, als overtreder wordt aangemerkt, tenzij voldoende twijfel wordt gecreëerd. De stelling van appellant dat een derde de doos heeft verplaatst is onvoldoende om het vermoeden te ontkrachten. De kosten van €192,00 zijn redelijk en betreffen de daadwerkelijke kosten van het verwijderen van het afval. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De Afdeling wijst erop dat het hier gaat om kosten van een herstelmaatregel en niet om een bestraffende boete, waardoor factoren als opzet en recidive niet relevant zijn voor de kostenveroordeling. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de kosten van bestuursdwang wegens verkeerd aangeboden afval wordt ongegrond verklaard en de kosten blijven voor rekening van appellant.