ECLI:NL:RVS:2026:3043
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 26 juli 2025 schriftelijk bevestigd dat op 17 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang is toegepast wegens het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval naast een ondergrondse container (ORAC). De kosten van deze bestuursdwang, €199,57, zijn voor rekening van appellante gebracht omdat haar naam en adres op het afvallabel stonden.
Appellante erkent dat de doos van haar afkomstig is, maar betwist dat zij deze verkeerd heeft aangeboden. Zij stelt dat zij de doos in de ORAC heeft geplaatst en dat anderen de doos mogelijk uit de container hebben gehaald. Zij voert aan milieubewust te zijn en haar afval altijd correct te scheiden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het bewijsvermoeden geldt dat degene wiens naam op het afvallabel staat, de overtreder is, tenzij voldoende twijfel wordt gezaaid. De stelling van appellante dat anderen de doos uit de container hebben gehaald, is onvoldoende om het bewijsvermoeden te ontkrachten. Het college heeft bovendien toegelicht dat de container na gebruik goed gesloten moet zijn en het niet mogelijk is dat afvalstoffen eruit gehaald worden.
De Afdeling concludeert dat appellante onvoldoende twijfel heeft gezaaid over haar verantwoordelijkheid en verklaart het beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot kostenoplegging voor bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.