ECLI:NL:RVS:2026:3096
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 7 augustus 2025 is afgewezen met de bepaling dat verzoeker de Europese Unie moet verlaten.
De rechtbank Den Haag heeft op 29 april 2026 het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het terugkeerbesluit vernietigd, waarbij de minister werd opgedragen de beoordeling te delen met de Griekse autoriteiten en de gevolgen daarvan te beoordelen.
Tegen deze uitspraak hebben zowel de minister als verzoeker hoger beroep ingesteld. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om niet uitgezet te worden en opvang en verstrekkingen te ontvangen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen en bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand ter hoogte van € 934,00.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.