ECLI:NL:RVS:2026:3123
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onderbetaling minimumloon
Bij besluit van 26 januari 2023 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan appellante een bestuurlijke boete op wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 11 augustus 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellante beroep in bij de rechtbank, die op 23 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
Het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak van de rechtbank. Appellante voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister mocht uitgaan van een normale arbeidsduur van 36 uur per week als basis voor de berekening van het minimumloon. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de gronden in hoger beroep vrijwel een herhaling waren van eerdere betogen, waarop de rechtbank reeds gemotiveerd had beslist.
De Afdeling vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigde de uitspraak. Tevens zag de Afdeling geen reden om de boete te matigen en wees het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete blijft in stand.