ECLI:NL:RVS:2026:3239
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 24 juni 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep van verzoeker ongegrond op 23 april 2026. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 4 juni 2026 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.
Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, specifiek een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door de voorzieningenrechter en griffier.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet en krijgt opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is beslist.