ECLI:NL:RVS:2026:3342
Raad van State
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraken weigering exploitatievergunningen passagiersvervoer
In deze zaak hebben [bedrijf A] en [bedrijf B] verzocht om herziening van uitspraken van 23 november 2022 waarin hun beroepen tegen de weigering van exploitatievergunningen voor passagiersvervoer gegrond werden verklaard, maar de rechtsgevolgen van die besluiten in stand bleven. De verzoekers baseren hun verzoek op latere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 25 september en 2 oktober 2024, waarin werd geoordeeld dat de wijziging van exploitatievergunningen in vergunningen voor bepaalde tijd onevenredig en onevenwichtig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die reeds bestonden vóór de uitspraak die herziening vraagt, maar toen niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De door verzoekers aangevoerde latere uitspraken zijn echter van na de oorspronkelijke uitspraken en kunnen daarom geen grond voor herziening vormen.
Voorts wordt het betoog dat de eerdere uitspraken in strijd zijn met artikel 11 van Pro de Dienstenrichtlijn en daarom herziening rechtvaardigen, verworpen. De Afdeling verwijst naar het arrest Kapferer van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat bepaalt dat nationale rechterlijke instanties niet verplicht zijn om nationale procedureregels buiten toepassing te laten om een onherroepelijke uitspraak te herzien, ook niet als die uitspraak in strijd zou zijn met Unierecht.
De Afdeling concludeert dat niet is voldaan aan de cumulatieve voorwaarden voor herziening zoals gesteld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom worden de verzoeken van [bedrijf A] en [bedrijf B] afgewezen. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De verzoeken tot herziening van de uitspraken over de weigering van exploitatievergunningen worden afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.