ECLI:NL:RVS:2026:3415
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 7 november 2025 is afgewezen. Tevens weigerde de minister verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze besluiten op 18 mei 2026 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 juni 2026 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter J.Th. Drop en griffier N. Tibold.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet en krijgt opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is beslist.