Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:3426

Raad van State

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
202503255/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek Europese gehandicaptenparkeerkaart passagier

Het hoger beroep betreft de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 mei 2025, waarin het beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 8 juni 2023 op bezwaar tegen de afwijzing van haar verzoek om een Europese gehandicaptenparkeerkaart passagier is ongegrond verklaard.

Appellant stelde dat zij geen uitnodiging voor de zitting van de rechtbank had ontvangen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de rechtbank de uitnodiging aangetekend heeft verzonden naar het door appellant opgegeven adres in Amsterdam. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd die twijfel doen ontstaan over de juiste verzending of ontvangst van de uitnodiging.

De rechtbank heeft bevestigd dat de brief op het juiste adres is bezorgd. Het niet verschijnen van appellant op de zitting is haar eigen verantwoordelijkheid, waardoor geen sprake is van schending van het beginsel van hoor en wederhoor.

De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een Europese gehandicaptenparkeerkaart passagier wordt bevestigd.

Uitspraak

202503255/1/A3.
Datum uitspraak: 10 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in Amsterdam,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 mei 2025 in zaak nr. 23/3365 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Openbare zitting gehouden op 10 juni 2026 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.C.W. Lange, voorzitter
griffier: mr. T. Hartsuiker
jurist: mr. R.F.I. de Lange
Partijen zijn niet verschenen.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 mei 2025 van de rechtbank Amsterdam. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van 8 juni 2023 op het bezwaar tegen het besluit van 30 april 2020 waarin haar verzoek om een Europese gehandicaptenparkeerkaart passagier is afgewezen, ongegrond verklaard.
Beslissing:
De Afdeling
bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Gronden:
Wat [appellante] aanvoert over dat zij geen uitnodiging heeft ontvangen voor de zitting van de rechtbank leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het staat vast dat de rechtbank de uitnodiging voor de zitting aangetekend heeft verzonden naar het adres dat door [appellante] in het beroepschrift is genoemd, namelijk [locatie] in Amsterdam. Dit is ook in hoger beroep nog haar adres. [appellante] heeft in hoger beroep geen omstandigheden aangevoerd die twijfel doen rijzen over de juiste verzending of bezorging. Daarbij is relevant dat de rechtbank in haar reactie van 28 mei 2025 op de klacht van [appellante] hierover heeft laten weten dat in de bij de rechtbank aanwezige verzendgegevens staat dat de brief op haar adres is bezorgd. Dat [appellante] niet op de zitting bij de rechtbank is verschenen, komt daarom voor haar eigen rekening en risico. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor is daarom geen sprake.
Het hoger beroep is ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Lange
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hartsuiker
griffier
620-1114