ECLI:NL:RVS:2026:3464
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 8 december 2025 is afgewezen. Tevens weigerde de minister om verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek om medische redenen te verlenen en nam een terugkeerbesluit.
Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 mei 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde verzoeker hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter besloot op 18 juni 2026 dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, ter hoogte van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.