ECLI:NL:RVS:2026:3473
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod in asielzaak
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 25 juli 2025 afgewezen, waarbij verzoeker tevens is opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod is uitgevaardigd.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juni 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter heeft op 19 juni 2026 besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde, tot een bedrag van € 934,00.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.