ECLI:NL:RVS:2026:3473

Raad van State

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
BRS.26.002811
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.J.M. Ristra-Peeters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod in asielzaak

Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 25 juli 2025 afgewezen, waarbij verzoeker tevens is opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod is uitgevaardigd.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juni 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te verkrijgen.

De voorzieningenrechter heeft op 19 juni 2026 besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde, tot een bedrag van € 934,00.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

BRS.26.002811
Datum uitspraak: 19 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats
's-Hertogenbosch, van 3 juni 2026 in zaak nr. NL25.34974 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, verzoeker opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 3 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingesteld beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. Salverda, griffier.
w.g. Ristra-Peeters
voorzieningenrechter
w.g. Salverda
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2026
992