ECLI:NL:RVS:2026:352

Raad van State

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
202306928/1/R1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing locatie voor ondergrondse restafvalcontainers in Helmond en bezwaar van erfgenaam

Op 21 januari 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak tussen [appellante], de erfgenaam van [persoon], en het college van burgemeester en wethouders van Helmond. De zaak betreft de aanwijzing van de locatie 'Weg op den Heuvel' voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s). Het college had op 29 november 2022 besloten om deze locatie aan te wijzen, wat door [persoon] werd bestreden. Hij was van mening dat de locatie niet geschikt was en dat er al een inpandige inzamelvoorziening aanwezig was in het appartementencomplex 'De Callenburght'. Na het overlijden van [persoon] heeft [appellante] de procedure voortgezet.

De Afdeling heeft de zaak op 17 september 2025 behandeld. In de uitspraak werd overwogen dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het 'Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Helmond 2020', omdat de aanwijzing van de locatie niet betekent dat bewoners verplicht zijn gebruik te maken van de ORAC’s zolang de inpandige voorziening beschikbaar is. De Afdeling concludeerde dat de beroepsgrond van [appellante] over de geschiktheid van de locatie niet kan leiden tot vernietiging van het besluit, omdat deze niet strekt tot bescherming van haar belangen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitspraak

202306928/1/R1.
Datum uitspraak: 21 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], de erfgenaam van [persoon], wonend in [woonplaats],
appellante,
en
het college van burgemeester en wethouders van Helmond,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 29 november 2022 heeft het college onder meer de locatie "Weg op den Heuvel" (AB IV 00045 en AB IV 00046) in Helmond aangewezen voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC’s).
Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft het college het door [persoon] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft [persoon] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 september 2025, waar via een videoverbinding [persoon], en het college, vertegenwoordigd door mr. Y.J.A.M. Willems en T.P. Saris, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1.       [persoon] woonde aan [locatie] in Helmond in een appartementencomplex, genaamd "De Callenburght". Met het in bezwaar gehandhaafde besluit van 29 november 2022 heeft het college de locatie "Weg op den Heuvel" (hierna: de locatie) aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s voor de inzameling van huishoudelijk restafval. De locatie bevindt zich tegenover de ingang van het appartementencomplex aan de overzijde van de weg op ongeveer 20 meter afstand van "De Callenburght". Het college is overgegaan tot het aanwijzen van de locatie onder meer in verband met de invoering van het systeem van gedifferentieerde tarieven (Diftar) bij inzameling van huishoudelijk restafval. Dit houdt in dat inwoners van de gemeente een bedrag moeten betalen per aanbieding van hun huishoudelijk restafval.
[persoon] was het niet eens met het besluit. Hij heeft daarom beroep ingesteld.
Nadat de zitting heeft plaatsgevonden, is [persoon] op [datum] 2025 komen te overlijden. Zijn enige erfgenaam, [appellante], heeft te kennen gegeven de procedure voort te willen zetten. Zij heeft desgevraagd een verklaring van erfrecht overgelegd. [appellante] kan de procedure in eigen naam voortzetten.
Intrekking grond
2.       Op de zitting heeft [persoon] de grond ingetrokken dat hij onvoldoende is betrokken bij de totstandkoming van de besluiten. De Afdeling geeft daarom geen oordeel over deze grond.
Het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Helmond 2020
3.       [appellante] betoogt dat het aanwijzen van de locatie "Weg op den Heuvel" voor het plaatsen van twee ORAC’s in strijd is met het besluit "Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Helmond 2020" (hierna: het Uitvoeringsbesluit). In het Uitvoeringsbesluit staat namelijk dat als een inpandige voorziening voor het inzamelen van restafval aanwezig is, deze inpandige voorziening geldt als inzamelvoorziening. Omdat het appartementencomplex een dergelijke inpandige inzamelvoorziening ter beschikking heeft, kan het college op grond van het Uitvoeringsbesluit niet overgaan tot het aanwijzen van de locatie "Weg op den Heuvel" voor de plaatsing van ORAC’s. Daarbij komt dat het gebruik van ORAC’s niet leidt tot een doelmatige inzameling van huishoudelijk restafval bij het appartementencomplex, aldus de erfgenaam van [persoon].
3.1.    Wat betreft de vraag of het college met het aanwijzen van de locatie "Weg op den Heuvel" voor de plaatsing van twee ORAC’s heeft gehandeld in strijd met het Uitvoeringsbesluit, overweegt de Afdeling als volgt.
3.2.    Artikel 4, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening Helmond 2011 luidt: "Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt."
Artikel 1.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit luidt:
"Als inzamelmiddel en/of inzamelvoorziening, als bedoeld in artikel 4, tweede lid van de verordening, wordt aangewezen:
[…];
b. Voor de inzameling van huishoudelijk restafval, groente-, fruit- en tuinafval en oud papier en karton wordt voor hoogbouw- en stapelbouwwoningen en Brandevoort De Veste de dichtst bijgelegen verzamelcontainer of groep verzamelcontainers aangewezen.
c. Voor woningen die beschikken over een inpandige voorziening voor het ter inzameling aanbieden van huishoudelijk restafval, groente-, fruit- en tuinafval en oud papier en karton, geldt deze inpandige voorziening als inzamelvoorziening."
3.3.    Tussen partijen is niet in geschil dat ten tijde van het nemen van de besluiten het appartementencomplex "De Callenburght" beschikte over binnen het complex geplaatste van gemeentewege verstrekte afvalcontainers en daarmee over een inpandige inzamelvoorziening. Dit betekent dat ten tijde van het nemen van het in bezwaar gehandhaafde besluit van 29 november 2022 op grond van artikel 1.5, eerste lid, aanhef en onder c, van het Uitvoeringsbesluit de inpandige inzamelvoorziening in "De Callenburght" gold als inzamelvoorziening voor huishoudelijk restafval.
Naar het oordeel van de Afdeling is het aanwijzen van de locatie "Weg op den Heuvel" voor het plaatsen van twee ORAC’s echter niet in strijd met artikel 1.5, eerste lid en onder c, van het Uitvoeringsbesluit. Het besluit van 29 november 2022 gaat alleen over het aanwijzen van een locatie voor het plaatsen van de ORAC’s. Dit besluit heeft als zodanig, anders dan waarvan [appellante] uitgaat, niet tot gevolg dat de bewoners van het appartementencomplex "De Callenburght" gehouden zijn gebruik te maken van deze ORAC’s. Zolang "De Callenburght" beschikt over een inpandige voorziening geldt dit immers op grond van artikel 1.5, eerste lid, aanhef en onder c, van het Uitvoeringsbesluit als de aangewezen inzamelvoorziening voor huishoudelijk restafval. Pas als deze inpandige voorziening wordt verwijderd en daarmee deze inzamelvoorziening niet meer feitelijk ter beschikking staat, zullen de bewoners van "De Callenburght" gebruik moeten maken van de ORAC’s. Een dergelijke eventuele toekomstige verwijdering van de inpandige voorziening is dan ook juridisch gezien niet het gevolg van het aanwijzingsbesluit, maar van een daartoe genomen apart besluit, dan wel het gevolg van de feitelijke handeling tot verwijdering van de thans in het complex geplaatste containers. Die eventuele verwijdering, en hetgeen daarvan eventueel het gevolg zou zijn kan dan ook niet reeds nu aan de orde komen in de procedure tegen het aanwijzingsbesluit.
Voor zover [appellante] het niet eens is met de keuze van het college om voor de inzameling van huishoudelijk restafval zoveel mogelijk alleen nog ORAC’s als inzamelvoorziening te gebruiken, ligt dit niet ter beoordeling van de Afdeling voor. Deze keuze betreft immers een politiek-bestuurlijke keuze van het gemeentebestuur. In deze procedure kan het alleen gaan over de aanwijzing van de locatie voor de ORAC’s. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 20 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2337, onder 7, of de uitspraak van 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1966, onder 3.
Het betoog slaagt niet.
De geschiktheid van de locatie
4.       [appellante] betoogt dat de aangewezen locatie niet geschikt is, omdat de ORAC’s op een te grote afstand liggen voor een aantal huishoudens die daarvan gebruik moeten maken. In de omgeving wonen veel oudere mensen die slecht ter been zijn.
4.1.    Bij de keuze van een locatie voor een ORAC moet het college een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het locatieplan. Daarbij heeft het college beleidsruimte. De Afdeling beoordeelt, aan de hand van de beroepsgronden, of de nadelige gevolgen van de aanwijzing van de locatie niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de aanwijzing te dienen doelen. Daarbij beoordeelt zij of het college de locatie geschikt heeft mogen achten voor de plaatsing van de ORAC.
4.2.    Ingevolge artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigt de bestuursrechter een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept.
Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband is tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die in beroep komt.
4.3.    De beroepsgrond van [appellante] ziet op de loopafstand van andere bewoners die verder dan 20 meter moeten lopen. Gelet op artikel 8:69a van de Awb, kan deze beroepsgrond er niet toe leiden dat het bestreden besluit om die reden wordt vernietigd. De Afdeling ziet dan ook af van een inhoudelijke bespreking van dit betoog.
Conclusie
5.       Het beroep is ongegrond.
6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Denters, griffier.
w.g. Kuijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Denters
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2026
163-1124