ECLI:NL:RVS:2026:3529

Raad van State

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
BRS.26.002714
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M. den Heyer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan asielzoekers

Verzoekers hebben bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 4 november 2025 is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft op 6 mei 2026 deze besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Verzoekers zijn tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan en hebben tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 juni 2026 besloten dat verzoekers niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen gedurende deze periode. De minister is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie. De uitspraak is in het openbaar gedaan en ondertekend door voorzieningenrechter M. den Heyer en griffier P.A.M.J. Graat.

Uitkomst: Verzoekers mogen niet worden uitgezet en krijgen opvang totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.26.002714
Datum uitspraak: 19 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker 1], [verzoeker 2], mede voor hun minderjarige kinderen
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 6 mei 2026 in zaken nrs. NL25.58001 en NL25.58002 in het geding tussen:
[verzoeker 1], [verzoeker 2], mede voor hun minderjarige
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 4 november 2025 heeft de minister aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 6 mei 2026 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.
2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoekers niet worden uitgezet, totdat op het door hun ingestelde hoger beroep is beslist;
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.
w.g. Den Heyer
voorzieningenrechter
w.g. Graat
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2026
307-1113