ECLI:NL:RVS:2026:3559
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 29 juli 2025 is afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 19 mei 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Verzoeker verzocht om niet uitgezet te worden voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen.
De voorzieningenrechter heeft op 19 juni 2026 besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde, ter hoogte van € 934,00.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.