ECLI:NL:RVS:2026:3569
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet tijdig nemen nieuw besluit op bezwaar machtiging voorlopig verblijf
Appellanten hadden bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had de minister opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, maar de minister nam dit besluit niet tijdig. Appellanten stelden vervolgens beroep in tegen het uitblijven van dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep gegrond is omdat de minister in verzuim was. De Afdeling vernietigde het niet tijdig nemen van het besluit en bepaalde dat de minister binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit op het bezwaar moet nemen en bekendmaken.
Daarnaast legde de Afdeling een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de minister in gebreke blijft. Het verzoek van appellanten om schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.