202205116/1/A3.
Datum uitspraak: 24 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 1 juli 2022 in zaak nr. 21/1556 in het geding tussen:
[persoon]
en
het college.
Procesverloop
Bij besluit van 10 juni 2020 heeft het college het verzoek van [persoon] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (hierna: brp) afgewezen.
Bij besluit van 6 mei 2021 heeft het college het door [persoon] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 1 juli 2022 heeft de rechtbank het door [persoon] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 6 mei 2021 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar te nemen.
Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.
[persoon] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 april 2026, waar het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch, vertegenwoordigd door M. de Pagter, en [persoon], bijgestaan door mr. J.J.M van Asten, advocaat in 's-Hertogenbosch, zijn verschenen. Verder is G. Neng als tolk verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. [persoon] staat met de volgende gegevens in de brp ingeschreven:
- Geslachtsnaam: [achternaam]
- Voornamen: [voornaam]
- Geboortedatum: [geboortedatum] 1985
- Nationaliteit: Onbekend
Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem op 11 juni 2010 afgelegde verklaring onder ede. [persoon] heeft het college op 12 augustus 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp zijn persoonsgegevens te wijzigen naar:
- Geslachtsnaam: [andere achternaam I]
- Voornamen: [andere voornaam]
- Geboortedatum: [andere geboortedatum] 1978
- Nationaliteit: Nigeriaanse
[persoon] heeft bij zijn verzoek de volgende stukken overgelegd:
- een verlopen Nigeriaans paspoort met nummer […] van de persoon [voornaam] [andere achternaam II], afgegeven op [datum] 2010;
- een Nigeriaans paspoort met nummer […] van de persoon [voornaam] [andere achternaam II], afgegeven op [datum] 2017;
- een Nigeriaanse voter’s card, nummer […], afgegeven op [datum] 2011;
- een Nigeriaans geboortecertificaat, bestaande uit een verklaring van de National Population Commission met nummer […], afgegeven op [datum] 2010 en een affidavit of age declaration, afgegeven op [datum] 2010.
2. Het college heeft het verzoek toegewezen voor zover het gaat om wijziging van de nationaliteit van "onbekend" in "Nigeriaanse". Voor het overige heeft het college het verzoek afgewezen, omdat [persoon] niet onomstotelijk heeft aangetoond dat hij niet is geboren op [geboortedatum] 1985, maar op [andere geboortedatum] 1978, en dat de volgorde van zijn namen niet juist zou zijn.
De uitspraak van de rechtbank
3. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, overwogen dat een paspoort een brondocument is, en dat wanneer het college stelt dat er voorafgaand aan de afgifte daarvan geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden, het op de weg van het college ligt om dit concreet te onderbouwen. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar de uitspraken van de Afdeling van 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1198, ECLI:NL:RVS:2022:1297 en ECLI:NL:RVS:2022:1300. Het in algemene zin uiten van twijfels over de afgiftepraktijk van het brondocument in de afgevende staat is hiervoor onvoldoende. Aan de individuele aanvraag te relateren omstandigheden kunnen in samenhang met twijfels over de algemene afgiftepraktijk, wel voldoende zijn. Naar het oordeel van de rechtbank moet het college deugdelijk motiveren waarom het van mening is dat geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden bij de afgifte van het paspoort. Daaraan voorafgaand mag het college van [persoon] verlangen dat hij de documenten overlegt waarmee hij het paspoort heeft verkregen. Hoger beroep
Gronden
4. Het college voert aan dat het goed gemotiveerd heeft dat geen deugdelijk onderzoek heeft plaatsgevonden bij de afgifte van het paspoort. In Nigeria wordt een paspoort pas verstrekt na verkrijging van een geboorteakte. De gegevens op het paspoort worden op die van de geboorteakte gebaseerd. Het verlopen paspoort is afgegeven op basis van het geboortecertificaat. Het geboortecertificaat is, zoals de rechtbank heeft overwogen, feitelijk gebaseerd op een verklaring onder ede. Datzelfde geldt voor het paspoort uit 2017, omdat bij de verstrekking van een nieuw Nigeriaans paspoort, enkel het oude paspoort nodig is en een pasfoto.
Toetsingskader
5. In de uitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4980, heeft de Afdeling het beoordelingskader voor rectificatieverzoeken op grond van artikel 2.58 van de Wet brp vernieuwd. Met die uitspraak heeft de Afdeling het beoordelingskader zoals uiteengezet in de uitspraak van 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1198, op enkele punten gewijzigd of verduidelijkt. Bij rectificatieverzoeken moet beoordeeld worden of buiten redelijke twijfel uit de overgelegde brondocumenten, zo nodig bezien in samenhang met de daarmee verband houdende nadere bewijsmiddelen, volgt dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn. Als dat het geval is, en het brondocument van gelijke of hogere orde is dan het document of de verklaring op grond waarvan de eerdere inschrijving heeft plaatsgevonden, wordt het gegeven, of worden de gegevens waar het in dat geval om gaat, in de brp gewijzigd.
Beoordeling
5.1. Niet in geschil is dat de paspoorten die [persoon] heeft overgelegd echt zijn en dat dit brondocumenten zijn, maar het college twijfelt over de juistheid van de gegevens in de paspoorten.
5.2. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de hiervoor genoemde uitspraak van 22 oktober 2025, r.o. 7.2, kan een paspoort waarin het gegeven wordt vermeld waarover het verzoek tot opneming gaat, een document zijn zoals bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet brp. Als het college de gegevens uit een echt bevonden paspoort niet wil volgen, zal het aannemelijk moeten maken dat er kennelijk geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden of de gegevens onjuist zijn. De bewijslast ligt op dit punt bij het college. Het in algemene zin uiten van twijfels over de afgiftepraktijk van het brondocument in de afgevende staat, bijvoorbeeld door te wijzen op frauduleuze praktijken die zich hebben voorgedaan, is hiervoor onvoldoende. Aan de individuele aanvraag te relateren omstandigheden kunnen, eventueel in samenhang met kennis over de algemene afgiftepraktijk, wel voldoende zijn om aannemelijk te maken dat geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden.
5.3. De Afdeling is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het college voldoende gemotiveerd heeft dat niet kan worden uitgegaan van de juistheid van de in het paspoort uit 2010 vermelde gegevens. Niet in geschil is dat het paspoort gebaseerd is op het geboortecertificaat. Het geboortecertificaat is gebaseerd op de affidavit of age declaration. De affidavit of age declaration is een verklaring onder ede van de beweerdelijke moeder van [persoon]. Niet valt vast te stellen dat het hier daadwerkelijk om de moeder van [persoon] gaat. Ook wijst het college er terecht op dat niet duidelijk is hoe haar identiteit door de Nigeriaanse autoriteiten is vastgesteld, voorafgaand aan het afleggen van de verklaring. [persoon] heeft hier niets tegenover gesteld. Verder heeft het college er terecht op gewezen dat uit verschillende ambtsberichten volgt dat in Nigeria veel valse en vervalste documenten voorkomen. [persoon] heeft in bezwaar ook een geboortebewijs van een ziekenhuis in [plaats] overgelegd, dat door Bureau Documenten als "vals" is aangemerkt. Gelet op deze omstandigheden heeft het college aannemelijk gemaakt dat voorafgaand aan de afgifte van het paspoort kennelijk geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Datzelfde geldt voor de in het paspoort uit 2017 vermelde gegevens, nu bij de verstrekking van een nieuw Nigeriaans paspoort, naast het aanvraagformulier en een nieuwe pasfoto, alleen het oude paspoort nodig is. Uit deze documenten volgt dus niet buiten redelijke twijfel dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn.
5.4. Het betoog slaagt.
Conclusie
6. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep ongegrond verklaren. Dat betekent dat het besluit van het college van 6 mei 2021 in stand blijft, en dat het verzoek van [persoon] om wijziging van zijn naam en geboortedatum in de brp wordt afgewezen. De Afdeling geeft aan [persoon] mee dat het college op de zitting bij de Afdeling heeft verklaard dat de volgorde van de namen mogelijk wel kan worden aangepast met een nieuwe verklaring onder ede.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 14 juli 2022 in zaak nr. 21/1556;
III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. M. den Heyer en mr. J. Luijendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.E. Kamperman, griffier.
w.g. Willems
voorzitter
w.g. Kamperman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026
1000