ECLI:NL:RVS:2026:366
Raad van State
- Hoger beroep
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging reductie zegendagen ter bescherming brasembestand IJsselmeer
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft het aantal dagen waarop vissers met het zegenrecht mogen vissen op het IJsselmeer voor het seizoen 2021/2022 gereduceerd van zeven naar twee, vanwege de slechte staat van het brasembestand. De vissers stelden bezwaar en beroep in tegen deze reductie, maar de rechtbank verklaarde hun beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak.
De minister baseerde zijn besluit op verschillende rapporten van Wageningen Marine Research (WMR), die een daling van het brasembestand aantonen en adviseren om de visserij te beperken. De vissers voerden aan dat de reductie niet in lijn is met het Actieplan toekomstbestendig visserijbeheer, dat de WMR-rapporten onvoldoende onderbouwd zijn en dat de maatregel disproportioneel is. De Afdeling oordeelt dat het Actieplan geen concrete maatregelen voorschrijft en dat de minister de reductie deugdelijk heeft gemotiveerd, onder meer door aansluiting bij de Kaderrichtlijn water en het gebruik van internationaal erkende modellen.
De Afdeling stelt vast dat de WMR-rapporten zorgvuldig zijn opgesteld, de redenering begrijpelijk is en de conclusies aansluiten bij de feiten. De minister mocht zich op deze rapporten baseren, ook omdat de vissers geen concrete aanwijzingen voor twijfel hebben geleverd. De reductiemaatregel is noodzakelijk en evenwichtig, mede omdat de minister rekening hield met de financiële belangen van de vissers door af te wijken van het advies om helemaal niet te vissen. Er is een fair balance tussen het algemeen belang en de belangen van de vissers, zodat geen schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM is vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de reductie van het aantal zegendagen van zeven naar twee en verklaart het hoger beroep van de vissers ongegrond.