ECLI:NL:RVS:2026:3703
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 13 maart 2025 de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 september 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat appellant in het hoger beroep niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep. Er waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is niet-ontvankelijk verklaard.