ECLI:NL:RVS:2026:3728
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na beroep
Bij besluit van 22 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juni 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens werd verwezen naar eerdere uitspraken en jurisprudentie die de zaak voldoende behandelen.
De Afdeling zag geen reden om het besluit tot bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot bewaring wordt bevestigd.