ECLI:NL:RVS:2026:3790
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in asielzaak wegens overschrijding beslistermijn
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank over een asielzaak, maar trok dit hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Het hoger beroep betrof de rechtmatigheid van de verlenging van de beslistermijn door de minister. De Afdeling stelde vast dat de minister de beslistermijn van vijftien maanden had overschreden bij het nemen van het besluit op de asielaanvraag van verzoeker op 29 mei 2026.
Ondanks dat de minister de asielaanvraag uiteindelijk had ingewilligd, was de overschrijding van de beslistermijn voldoende reden om de proceskostenveroordeling toe te wijzen. De Afdeling paste een wegingsfactor van 0,5 toe omdat het hoger beroep uitsluitend ging over de niet-tijdige besluitvorming. Verzoeker had geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 29 mei 2026, waardoor er geen beroep van rechtswege was ontstaan.
De Afdeling veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 467,00, welke volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 1 juli 2026.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.