ECLI:NL:RVS:2026:3798
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing kostenverhaal bestuursdwang woningonderhoud Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde een last onder dwangsom op aan de wederpartij voor achterstallig woningonderhoud en stelde een termijn. Na het niet verhelpen van de gebreken, legde het college bestuursdwang op en verhaalde de kosten hiervan op de wederpartij.
De rechtbank oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het kostenverhaalbesluit op de juiste wijze was bekendgemaakt, waardoor het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. Het college stelde in hoger beroep alsnog bewijs over, maar deze stukken werden te laat ingebracht en konden niet worden betrokken bij de beoordeling.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het college onvoldoende had onderbouwd dat alle in rekening gebrachte meerwerk noodzakelijk was en te herleiden tot de last. Het besluit bevatte een motiveringsgebrek. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, vernietigde het besluit van 18 juli 2025 en droeg het college op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit tot kostenverhaal bestuursdwang wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.