ECLI:NL:RVS:2026:382
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 6 maart 2025 afgewezen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 13 augustus 2025 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 11 november 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 9 juli 2025 waarin een vergelijkbare rechtsvraag is beantwoord.
Daarom leidt het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.