ECLI:NL:RVS:2026:3865
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit geuroverlast vergistingsinstallatie
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel wees het verzoek van omwonenden af om handhavend op te treden tegen geuroverlast van de vergistingsinstallatie van Groen Gas Goor B.V. (GGG). Na bezwaar legde het college dwangsommen op voor overtredingen van vergunningvoorschriften, maar de rechtbank vernietigde deze besluiten wegens onvoldoende motivering en onevenredigheid.
Het college stelde een voorlopige voorziening in om de uitspraak van de rechtbank te schorsen, omdat zonder schorsing de overtredingen zouden voortduren en milieu- en geurhinder blijven bestaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat voor de belangrijkste lastonderdelen geen spoedeisend belang bestond voor schorsing, mede omdat de maximale dwangsom voor een onderdeel al was verbeurd en het college nieuwe handhavingsmogelijkheden heeft.
Ook voor andere lastonderdelen was geen reden voor schorsing, omdat het college onvoldoende aannemelijk maakte dat het niet op korte termijn een nieuw besluit kon nemen. Voor het intrekkingsbesluit van een lastonderdeel was geen spoedeisend belang, omdat de overtreding niet langer voortduurde.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten van GGG. De uitspraak bevestigt dat handhaving zorgvuldig en proportioneel moet worden gemotiveerd en dat voorlopige voorzieningen niet snel worden toegekend zonder spoedeisend belang.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.