5.1Hieronder geeft de rechtbank weer voor welke wijzigingen ten opzichte van de eerder vergunde situatie met de bestreden omgevingsvergunning toestemming is verleend.
Het in gebruik hebben van twee invoervoorzieningen voor vaste mest en/of cosubstraten met elk een inhoud van 40 m³ in plaats van één invoerbak met een inhoud van 80 m³. Bij de vergunningverlening in 2011 was nog onduidelijk hoeveel bakken er zouden worden geplaatst en hoe de invoer zou worden uitgevoerd. In de vergunning uit 2017 is rekening gehouden met één invoerbak met een volume van 80 m³. Bij de bouw van de installatie is er echter voor gekozen om in plaats van één grote invoerbak twee invoerbakken met een inhoud van 40 m³ te realiseren. Daarvoor is met de bestreden omgevingsvergunning nu toestemming verleend.
Een wijziging in de opslag van vaste cosubstraten. In de vergunningen uit 2011 en 2017 waren sleufsilo’s voorzien met oppervlaktes van 150 m² en 110 m², met keerwanden van 2 m hoog. De opslag in deze sleufsilo’s diende te worden afgedekt met zeil. De sleufsilo’s zijn echter anders uitgevoerd en overkapt met een overkapping van 20 meter breed en 25 meter lang. De achterzijde van de overkapping is aangesloten op de silo’s. Aan de voorzijde is de overkapping voorzien van een overheaddeur. Voor deze gewijzigde (overkapte) uitvoering van de sleufsilo’s is nu in de bestreden omgevingsvergunning toestemming verleend.
Het permanent in gebruik hebben van de mestzak met een inhoud van 250 m³. Deze mestzak wordt gebruikt voor de opslag van de dunne fractie uit het digestaat. In de vergunning uit 2011 was voor deze opslag voorzien in drie silo’s met een inhoud van 2.000 m³ per silo. In plaats van deze silo’s is de mestzak gerealiseerd, conform de melding uit 2019. De bedoeling was toen dat de mestzak een tijdelijke voorziening zou zijn. Met de bestreden omgevingsvergunning krijgt deze een permanent karakter.
Een wijziging van de opstelplaats van de ontzwavelingsinstallatie. Bij de vergunning uit 2011 was de installatie voor de ontzwaveling van het biogas naast de deur van het hoofdgebouw voorzien. In de aanvraag voor de vergunning uit 2017 was deze installatie binnen voorzien. In de situatie waarop de bestreden omgevingsvergunning ziet zijn de koolstoffilters waarmee het gas wordt ontzwaveld toch buiten geplaatst.
Een wijziging van de opstelplaats van het gasopwaardeerstation. In de vergunning uit 2011 was het gasopwaardeerstation op het buitenterrein voorzien. Voorafgaande aan de bouw van het hoofdgebouw werd duidelijk dat het wenselijk was dat deze installatie in het hoofdgebouw werd geplaatst. Die wijziging is daarom meegenomen in de aanvraag voor de vergunning uit 2017. Het gasopwaardeer-station is echter ten opzichte van de vergunning uit 2017 anders in de ruimte binnen gepositioneerd. Met de bestreden omgevingsvergunning is voor die gewijzigde positie toestemming verleend.
Een wijziging van de opstelplaats van de mestscheidingsinstallatie. Volgens de vergunning uit 2011 was de locatie van de mestscheidingsinstallatie voorzien boven de containers voor de opslag van vaste fractie. Omdat de biogasopwerkings-installatie echter in het hoofdgebouw is geplaatst en de ruimte waarin die staat ook anders is uitgevoerd dan oorspronkelijk was voorzien, is de mestscheidings-installatie op een andere locatie in het gebouw gerealiseerd. Voor deze andere locatie is met de bestreden omgevingsvergunning toestemming verleend.
Een uitbreiding van de omvang van de gasopslag boven de vergistings- en opslagsilo’s. In de vergunning uit 2011 is toestemming verleend voor drie daken met gasopslag. Bij de bouw van de installatie is echter besloten om alle silo’s van een gasdak te voorzien. Die vijf gasdaken zijn volgens Groen Gas Goor aangevraagd met de aanvraag voor de vergunning uit 2017, waarbij is aangegeven dat de totale gasopslagcapaciteit ten opzichte van de vergunning uit 2011 afneemt. Bij de vergunningverlening in 2011 en 2017 is geen rekening gehouden met de hoeveelheid (gistings)gas die verder in het systeem aanwezig is, onder de gasopslagdaken. In de bestreden omgevingsvergunning is deze hoeveelheid gas alsnog meegenomen. Daarbij is uitgegaan van een opslagmogelijkheid van 524 m³ per (na-/tussen-/hoofd)vergister.