Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[eiser 1] en [eiser 2], uit [woonplaats]
Groen Gas Goor B.V., uit Goor
het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel
Samenvatting
Procesverloop
.
Beoordeling door de rechtbank
Het beroep van [eisers]
- jaarlijks maximaal 36.000 ton biomassa mag toelaten en verwerken;
- jaarlijks maximaal 18.000 ton verpompbare vloeibare en/of vaste uitwerpselen van dieren mag toelaten en verwerken; en
- enkel cosubstraten van de ‘positieve lijst’ mag verwerken. Hiervan mag jaarlijks maximaal 15.000 ton een afvalproduct zijn.
- bij Groen Gas Goor ook sprake is van mestverwerking en van composteren;
- Groen Gas Goor een Seveso-inrichting exploiteert, gelet op het H₂S-gehalte in het biogas; en
- Groen Gas Goor een IPPC-installatie exploiteert voor het maken van fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen als bedoeld in categorie 4.3 van bijlage I van de RIE.
Het beroep van Groen Gas Goor
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen van Groen Gas Goor en [eisers] gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 28 november 2024;
- draagt het college op om opnieuw op het bezwaar van [eisers] te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college aan [eisers] het griffierecht van € 194,- en aan Groen Gas Goor het griffierecht van € 385,- moet vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van [eisers] tot een bedrag van € 5.568,42;
- veroordeelt het college in de proceskosten van Groen Gas Goor tot een bedrag van € 4.088,98.