ECLI:NL:RVS:2026:3891
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 27 februari 2026 is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft op 24 juni 2026 het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd, met behoud van de rechtsgevolgen.
Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening beoogt te voorkomen dat verzoeker wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen ontvangt.
De voorzieningenrechter heeft op 8 juli 2026 besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.