ECLI:NL:RVS:2026:3894
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 augustus 2023 de aanvraag van appellant om een verblijfsdocument EU/EER af. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat op 21 november 2024 door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant op 28 mei 2025 ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde de grieven van appellant, waaronder de belangenafweging in het kader van het familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) en de toepassing van artikel 20 VWEU Pro. Deze grieven werden niet ontvankelijk verklaard voor verdere behandeling omdat zij geen vragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Ook werd bevestigd dat de minister het juiste beoordelingskader hanteerde, conform jurisprudentie van het Hof van Justitie.
De Afdeling oordeelde dat er geen aanleiding was tot het stellen van prejudiciële vragen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument EU/EER wordt bevestigd.