ECLI:NL:RVS:2026:390
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.Th. Drop
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over beschikbaarheid noodzakelijke zorg bij uitzetting
Betrokkene, een Nigeriaanse vrouw met ernstige psychische klachten, ondergaat in Nederland een medische behandeling waarbij mantelzorg door haar Ghanese partner essentieel is. De minister weigerde uitzetting uit te stellen, stellende dat noodzakelijke zorg in Nigeria beschikbaar en toegankelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de partner toegang tot Nigeria heeft en dat de aanwezigheid van de partner een vereiste is voor de beschikbaarheid van zorg. De minister stelde in hoger beroep dat de bewijslast bij betrokkene ligt, maar de Raad van State volgt de rechtbank en benadrukt dat de minister moet aantonen dat de zorg daadwerkelijk beschikbaar is.
De Raad van State wijst het hoger beroep af, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten. Betrokkene’s incidenteel hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen gronden tegen de uitspraak van de rechtbank heeft aangevoerd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.