ECLI:NL:RVS:2026:3904
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verlenging overdrachtstermijn vreemdeling
Verzoeker is door de minister van Asiel en Migratie geïnformeerd over de verlenging van de overdrachtstermijn met twaalf maanden. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging in hoger beroep en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om de voorgenomen overdracht op 7 juli 2026 te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken en dat daarom een voorlopige voorziening passend is. De voorzieningenrechter bepaalt dat verzoeker niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
De uitspraak is gedaan door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Kraak, griffier, en is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2026.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.