ECLI:NL:RVS:2026:3931
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 22 mei 2025 is afgewezen. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 juni 2026 het besluit van de minister vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 9 juli 2026 de voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen ontvangt gedurende deze periode.
Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter V.V. Essenburg en griffier E.L. Iedema.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.