ECLI:NL:RVS:2026:3963
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Raad van State vernietigt besluit college Zwolle over handhaving Wet goed verhuurderschap wegens onzorgvuldige beoordeling huurovereenkomst
De zaak betreft een verzoek van een bewoner van een voormalig kantoorpand in Zwolle om handhavend op te treden tegen de eigenaar en beheerder van het pand op grond van de Wet goed verhuurderschap. Het college van burgemeester en wethouders wees dit verzoek af omdat de overeenkomst tussen de bewoner en de beheerder als een bruikleenovereenkomst werd gekwalificeerd, waardoor de wet niet van toepassing zou zijn.
De rechtbank Overijssel oordeelde dat het college ten onrechte niet zelfstandig de aard van de overeenkomst had beoordeeld en dat het college dit alsnog moest doen. Het college stelde bij een nieuw besluit dat de overeenkomst geen huurovereenkomst is, maar een bruikleenovereenkomst, en handhaving daarom niet aan de orde is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt dat het college onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. Het college had meer inzicht moeten verkrijgen in de grondslag van de vergoeding die de bewoner betaalt en had de overeenkomst niet ten nadele van de bewoner mogen kwalificeren zonder voldoende feitenonderzoek. Daarom wordt het besluit vernietigd en moet het college binnen acht weken een nieuw besluit nemen.
De Afdeling bevestigt tevens dat het college de beslistermijn voor het handhavingsverzoek tweemaal mocht verlengen en verklaart het incidenteel hoger beroep van de bewoner ongegrond. Tegen het nieuwe besluit kan alleen bij de Afdeling beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van het college van 6 januari 2026 wordt vernietigd en het college moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen over het bezwaar tegen het handhavingsverzoek.