ECLI:NL:RVS:2026:3995
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asielaanvragen
Verzoekers hebben bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 9 april 2026 niet in behandeling zijn genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekers tegen deze besluiten op 1 juli 2026 ongegrond. Verzoekers stelden hiertegen hoger beroep in en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekers niet mogen worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij recht hebben op opvang en verstrekkingen. De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 8 juli 2026 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de minister werd verplicht de proceskosten van € 934,00 te vergoeden en de overdracht van verzoekers werd opgeschort tot het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: Verzoekers worden niet overgedragen en krijgen opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is beslist; minister moet proceskosten vergoeden.