ECLI:NL:RVS:2026:4029
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke belangenafweging familie- en gezinsleven
Bij besluit van 10 februari 2022 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Betrokkenen maakten bezwaar, dat bij besluit van 24 oktober 2022 en aanvullend op 13 maart 2023 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
Tijdens de procedure overleed betrokkene 1, waardoor het hoger beroep van de minister niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang. De Afdeling oordeelde dat de minister het bezwaar van 22 oktober 2024, waarin de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro werd gemaakt, opnieuw moest beoordelen.
De minister hanteerde een restrictief toetsingskader waarbij het belang van de overheid zwaarder zou wegen dan dat van de vreemdeling, wat de Afdeling onjuist achtte. De belangenafweging was ondeugdelijk gemotiveerd en het besluit werd vernietigd voor zover het betrekking had op betrokkenen 2, 3 en 4. De minister moet een nieuwe belangenafweging maken waarbij het overlijden van betrokkene 1 en de actuele situatie van de overige betrokkenen worden betrokken.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht werd vastgesteld. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 juli 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 22 oktober 2024 is vernietigd voor zover het betrekking heeft op betrokkenen 2, 3 en 4.