ECLI:NL:RVS:2026:4032
Raad van State
- Verzet
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State om kennis te nemen van verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep vreemdelingenrecht
In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 mei 2026 het hoger beroep van opposant tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt echter dat tegen een uitspraak waarbij de Afdeling de zaak zonder zitting heeft afgedaan en waarop de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing is, geen verzet openstaat op grond van artikel 83c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen en wijst zij het verzet af. Tevens wordt bepaald dat de minister van Asiel en Migratie geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 14 juli 2026.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzet en wijst het af.