ECLI:NL:RVS:2026:4032

Raad van State

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
BRS.26.002485
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 83c Vw 2000
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State om kennis te nemen van verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep vreemdelingenrecht

In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 mei 2026 het hoger beroep van opposant tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt echter dat tegen een uitspraak waarbij de Afdeling de zaak zonder zitting heeft afgedaan en waarop de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing is, geen verzet openstaat op grond van artikel 83c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen en wijst zij het verzet af. Tevens wordt bepaald dat de minister van Asiel en Migratie geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 14 juli 2026.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzet en wijst het af.

Uitspraak

BRS.26.002485
Datum uitspraak: 14 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van:
[opposant]
opposant.
Procesverloop
Bij uitspraak van 12 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2657, heeft de Afdeling het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 16 april 2026 in zaak nr. NL25.47539 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft opposant, vertegenwoordigd door mr. R.R. Raghoebir, rechtsbijstandsverlener in Den Haag, verzet gedaan.
Overwegingen
1.        Tegen een uitspraak waarbij de Afdeling de zaak zonder zitting heeft afgedaan en waarop de Vw 2000 van toepassing is, staat geen verzet open (artikel 83c, eerste lid, van de Vw 2000). Tegen de uitspraak van 12 mei 2026 kan daarom geen verzet worden gedaan.
2.        De Afdeling is onbevoegd om van het verzet kennis te nemen. De minister van Asiel en Migratie hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Gerritsjans-van Essen, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Gerritsjans-van Essen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2026
1078