ECLI:NL:RVS:2026:4065
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 6 november 2025 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 26 mei 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 juli 2026 besloten om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, ter hoogte van €934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De beslissing is genomen op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van verzoeker in afwachting van de uitspraak in hoger beroep worden beschermd. De uitspraak is openbaar gedaan en ondertekend door voorzieningenrechter M.C. Stoové en griffier S. van Dijk.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet en krijgt opvang totdat het hoger beroep is beslist.