ECLI:NL:RVS:2026:4068
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 maart 2026 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 juni 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vergt en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling. Gezien de belangen van de minister werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.