ECLI:NL:RBDHA:2026:16488
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Jezidi in Koerdische Autonome Regio
Eiser, een Jezidi afkomstig uit Irak, diende op 30 september 2022 een asielaanvraag in die door de minister op 19 maart 2026 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser betwistte deze afwijzing en stelde dat hij bij terugkeer naar de Koerdische Autonome Regio (KAR) een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege discriminatie, geweld en slechte leefomstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de situatie in de KAR sinds 2024 zou zijn verbeterd en waarom eiser geen risico op schending van artikel 3 EVRM Pro zou lopen. De minister achtte de identiteit van eiser ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van documenten, maar de rechtbank vond deze beoordeling terecht.
De rechtbank stelde vast dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de slechte situatie in de ontheemdenkampen en het gebrek aan basisvoorzieningen, zoals blijkt uit recente ambtsberichten. Daarom is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en wordt het vernietigd. De minister krijgt acht weken om een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.868,- toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering van het risico op ernstige schade bij terugkeer.