ECLI:NL:RVS:2026:4128
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 10 april 2025 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een stuk karton te verwijderen dat verkeerd was aangeboden in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Het college legde de kosten van €199,57 voor deze bestuursdwang aan appellant op, omdat het stuk karton was voorzien van een adreslabel met zijn naam en adres.
Appellant betwist dat hij het karton verkeerd heeft aangeboden en stelt dat hij het op de juiste tijd en plaats heeft neergezet voor de papierophaaldag. Hij voert aan dat het niet van hem verwacht kan worden dat hij controleert of het afval daadwerkelijk is opgehaald en wijst op het regelmatig achterlaten van afval door anderen in de buurt.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het bewijsvermoeden geldt dat degene van wie het afval te herleiden is, ook de overtreder is. Appellant heeft onvoldoende feiten aangevoerd om dit vermoeden te ontkrachten. Het college hoeft niet onomstotelijk te bewijzen dat appellant het karton verkeerd heeft aangeboden. Ook het feit dat het afval op de ophaaldag is opgehaald zonder onregelmatigheden, ondersteunt het college.
De Afdeling concludeert dat appellant terecht als overtreder is aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot kostenoplegging voor bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.