ECLI:NL:RVS:2026:413
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring asielzoeker wegens onrechtmatige voortzetting
Appellant is op 24 februari 2025 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring op 24 maart 2025 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat appellant tijdens het aanmeldgehoor op 7 maart 2025 uitdrukkelijk heeft verklaard zijn asielaanvraag te willen intrekken. De minister had daarom binnen twee dagen de grondslag van de bewaring moeten aanpassen, maar dit is niet gebeurd. Hierdoor was de voortzetting van de bewaring vanaf 7 maart 2025 onrechtmatig.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond en kent appellant een schadevergoeding toe van € 2.500,00 voor de periode van 7 tot en met 31 maart 2025. Tevens worden de proceskosten van appellant vergoed. Omdat de bewaring inmiddels is opgeheven, is een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: De bewaring van appellant was onrechtmatig vanaf 7 maart 2025, uitspraak rechtbank vernietigd en schadevergoeding toegekend.