ECLI:NL:RVS:2026:4133
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Raad van State wijst tussenuitspraak over opeisbaarheid pensioenpremies in toeslagenaffaire
Appellanten, erkende gedupeerden van de toeslagenaffaire, verzochten de minister van Financiën om overname van een schuld van €97.001 aan Pensioenfonds Vervoer, bestaande uit niet-afgedragen pensioenpremies van een koeriersbedrijf. De minister wees de aanvraag af omdat de schuld volgens hem niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar was, aangezien premienota's pas na die datum vervielen.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de minister de hardheidsclausule niet had beoordeeld, maar stelde ook dat de schuld niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar was. Appellanten gingen in hoger beroep en betoogden dat het arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2025 betekent dat de schuld opeisbaar is op het uiterste betalingstijdstip volgens artikel 26 van Pro de Pensioenwet.
De Raad van State bevestigde dit standpunt en stelde dat de premienota's, hoewel laat verzonden, geacht moeten worden opeisbaar te zijn op het uiterste betalingstijdstip. Hierdoor is een deel van de schuld vóór 1 juni 2021 opeisbaar en komt dit voor overname in aanmerking. De minister moet het besluit van 24 april 2025 herzien en per premienota beoordelen of deze aan de opeisbaarheidscriteria voldoet.
Uitkomst: De Raad van State bepaalt dat een deel van de pensioenpremies vóór 1 juni 2021 opeisbaar is en draagt de minister op het besluit te herzien.