Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
21 maart 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft de vraag of Booking.com verplicht is deel te nemen aan het bedrijfstakpensioenfonds PGB en vanaf wanneer pensioenpremievorderingen verjaard zijn. Na eerdere procedures heeft de Hoge Raad geoordeeld dat Booking.com als (online) reisagent onder het verplichtstellingsbesluit valt en dus verplicht is deel te nemen aan PGB.
Het hof heeft vervolgens de overige verweren van Booking.com verworpen, waaronder het verweer dat premievorderingen verjaard zijn. De Hoge Raad bevestigt dat de verjaringstermijn van vijf jaar geldt vanaf het moment dat de vordering opeisbaar is geworden, waarbij de opeisbaarheid samenvalt met de uiterste betalingstermijnen zoals vastgelegd in artikel 26 van Pro de Pensioenwet.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat PGB een gerechtvaardigd belang heeft bij de vorderingen, ook als bepaalde premievorderingen mogelijk verjaard zijn, omdat duidelijkheid over de verplichting van Booking.com noodzakelijk is. Het beroep van Booking.com op rechtsverwerking en redelijkheid en billijkheid wordt verworpen wegens gebrek aan concrete feiten.
De Hoge Raad wijst erop dat de verjaringstermijn kan worden verlengd indien de werkgever opzettelijk de premievordering heeft verborgen gehouden. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Booking.com in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat Booking.com verplicht is deel te nemen aan PGB en dat premievorderingen niet verjaard zijn binnen de wettelijke termijn.