ECLI:NL:RVS:2026:4146
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- N.H. van den Biggelaar
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning van rechtswege verleend na niet tijdig beslissen door college Utrecht
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om zijn aanvraag om een omgevingsvergunning buiten behandeling te stellen. De aanvraag was ingediend op 13 mei 2020 en betrof het gedeeltelijk vervangen en/of vernieuwen van de achterzijde van een pand aan de [locatie A] in Utrecht.
Het college had niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken een besluit genomen, ondanks een verlenging van zes weken en een opschorting wegens het verzoek om aanvullende gegevens. Bij brief van 17 september 2020 stelde het college dat het geen besluit zou nemen omdat appellant geen belanghebbende zou zijn en de aanvraag geen aanvraag in de zin van de Awb zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat op grond van artikel 4:20b van de Awb bij het niet tijdig beslissen een vergunning van rechtswege is verleend. De brief van het college kan niet worden gezien als een weigering van een besluit. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 18 oktober 2023 wordt vernietigd en het college wordt opgedragen de vergunning van rechtswege bekend te maken.
Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, maar het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De Afdeling erkent dat deze procedure mogelijk niet het einde betekent van het langdurige conflict tussen partijen.
Uitkomst: De vergunning is van rechtswege verleend vanwege het niet tijdig beslissen door het college, het besluit tot buiten behandeling stellen wordt vernietigd.