ECLI:NL:RVS:2026:4147
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden kartonnen doos
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 9 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een kartonnen doos te verwijderen die de vulopening van een ondergrondse container blokkeerde. De kartonnen doos was voorzien van een adreslabel met de naam en het adres van appellante, die hierdoor als overtreder werd aangemerkt en de kosten van €192,00 werden aan haar opgelegd.
Appellante betwist dat de kartonnen doos tot vervuiling leidde en stelt dat het schoon karton betreft dat doorgaans apart wordt ingezameld. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat ook schoon karton de vulopening niet mag blokkeren volgens de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en het Uitvoeringsbesluit afvalstoffen Rotterdam 2018.
Verder betwist appellante dat zij zelf de kartonnen doos heeft geplaatst en voert zij aan dat het college moet bewijzen dat zij de overtreder is. De Afdeling verwijst naar vaste rechtspraak dat het aantreffen van een poststuk met naam en adres voldoende is om het bewijsvermoeden te rechtvaardigen dat de betrokkene de overtreder is, tenzij voldoende twijfel wordt gezaaid. Appellante slaagt er niet in dit bewijsvermoeden te ontkrachten.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van een kartonnen doos wordt ongegrond verklaard.