ECLI:NL:RVS:2026:4162
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid stichting bij verzoek handhaving recreatief gebruik bijgebouw
De stichting Behoud van het landgoed Tongeren heeft op 6 maart 2020 een verzoek om handhaving ingediend tegen het gebruik van een bijgebouw op een perceel in Epe voor recreatieve bewoning en het overschrijden van de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen. Het college van burgemeester en wethouders van Epe wees dit verzoek op 21 april 2020 af. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de stichting ten aanzien van het gebruik van het bijgebouw niet-ontvankelijk omdat de stichting niet als belanghebbende kon worden aangemerkt.
De stichting stelde in hoger beroep dat zij wel voldoende feitelijke werkzaamheden had verricht om belanghebbende te zijn. De Raad van State overwoog dat voor de beoordeling van belanghebbendheid de statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden bepalend zijn. De stichting behartigt het behoud van het landgoed Tongeren, onder meer door procedures te voeren. Echter, louter procederen en daaraan gerelateerde werkzaamheden worden niet als feitelijke werkzaamheden aangemerkt.
De Raad van State concludeerde dat de stichting geen feitelijke werkzaamheden had verricht die verband houden met haar doelstelling in de relevante periode. De rechtbank had dit terecht vastgesteld. Het incidenteel hoger beroep van de tegenpartij verviel omdat het hoger beroep van de stichting ongegrond werd verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.