ECLI:NL:RVS:2026:4164
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar handhavingsverzoek stichting tegen overtredingen perceel in Epe
De stichting Behoud van het landgoed Tongeren te Epe verzocht het college van burgemeester en wethouders van Epe om handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op een perceel in Epe. Het college liet dit verzoek buiten behandeling omdat de stichting volgens het college geen belanghebbende was. De stichting maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van de stichting ongegrond.
De stichting stelde in hoger beroep dat zij wel voldoende feitelijke werkzaamheden had verricht om als belanghebbende te worden aangemerkt. De Raad van State overwoog dat voor de beoordeling van het belanghebbend zijn de statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden van de stichting bepalend zijn. Uit de stukken bleek dat de stichting vooral procedeert en dat dit niet als feitelijke werkzaamheden wordt aangemerkt. De beperkte overige werkzaamheden waren niet onderbouwd en werden gemotiveerd betwist.
De Raad van State concludeerde dat de stichting geen feitelijke werkzaamheden verricht die verband houden met haar statutaire doelstellingen en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en het college. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.