ECLI:NL:RVS:2026:4176
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens ontbreken verblijf in lidstaat bij besluitvorming
Appellant, met de Bengaalse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als gezinslid. De staatssecretaris trok deze vergunning in per 31 januari 2023 omdat de echtgenoot stopte met zijn studie, en legde een terugkeerbesluit op met SIS-signalering. Appellant was inmiddels naar Portugal verhuisd en maakte bezwaar tegen het terugkeerbesluit en de signalering.
De rechtbank oordeelde dat het niet noodzakelijk is dat de vreemdeling zich op het moment van het terugkeerbesluit in de lidstaat bevindt die het besluit neemt, zolang deze zich binnen de EU bevindt. Appellant stelde dat illegaal verblijf in de lidstaat die het besluit neemt vereist is, gesteund op jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Terugkeerhandboek.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat verblijf in de lidstaat niet noodzakelijk is. Omdat appellant niet fysiek aanwezig was in Nederland bij het besluit, mocht het terugkeerbesluit niet worden genomen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en de minister werd veroordeeld tot het verwijderen van de SIS-signalering en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en de SIS-signalering worden vernietigd omdat appellant niet in Nederland verbleef bij het besluit, en het hoger beroep wordt toegewezen.