ECLI:NL:RVS:2026:4168
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over intrekking verblijfsvergunning en terugkeerbesluit met SIS-signalering
Betrokkene, een vreemdeling met de Bengaalse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning voor studie die door de minister werd ingetrokken wegens onvoldoende studievoortgang. Tegelijk werd een terugkeerbesluit genomen en betrokkene in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd. Betrokkene maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het terugkeerbesluit en de SIS-signalering, stellende dat hij inmiddels in Portugal verbleef.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in, dat door de Afdeling bestuursrechtspraak werd behandeld. De Afdeling oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van betrokkene niet-ontvankelijk was en dat het hoger beroep van de minister gegrond was. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 11 september 2024 dat op grond van die uitspraak was genomen.
De Afdeling overwoog dat de minister terecht aannam dat betrokkene op het moment van het terugkeerbesluit op Nederlands grondgebied verbleef, mede gelet op de inschrijving in de Basisregistratie Personen en het feit dat betrokkene niet tijdig had gemeld dat hij naar Portugal was verhuisd. De Afdeling oordeelde dat het terugkeerbesluit en de SIS-signalering rechtmatig waren en dat de minister niet verplicht was een individuele evenredigheidstoets uit te voeren voorafgaand aan de SIS-signalering. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit en de SIS-signalering.