ECLI:NL:RVS:2026:4177
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning en SIS-signalering ondanks verhuizing naar Portugal
Appellant, met de Bengaalse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie, die op 7 februari 2024 werd ingetrokken wegens onvoldoende studievoortgang. Tegelijkertijd werd hem een terugkeerbesluit opgelegd en werd hij gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS). Appellant verhuisde naar Portugal en voerde aan dat hij daar rechtmatig verbleef, waardoor het terugkeerbesluit en de SIS-signalering onterecht zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat het niet noodzakelijk is dat appellant op het moment van het terugkeerbesluit in Nederland verbleef, maar wel binnen de EU, en dat hij onvoldoende bewijs leverde van rechtmatig verblijf in Portugal. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst op relevante jurisprudentie en het Terugkeerhandboek. Ook het beroep op een formele gedoogstatus in Portugal werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.
Verder werd geoordeeld dat de SIS-signalering rechtmatig is, omdat deze dient om controle op het verlaten van het EU-grondgebied te waarborgen en irreguliere migratie te voorkomen. De signalering is gekoppeld aan het terugkeerbesluit en kan pas worden gewist als de Portugese autoriteiten de Nederlandse autoriteiten informeren over een verleende verblijfsvergunning. Het verzoek tot het houden van een hoorzitting in bezwaar werd eveneens afgewezen omdat dit geen andere uitkomst zou hebben gehad.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde gronden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning en de SIS-signalering ondanks het verblijf van appellant in Portugal.