ECLI:NL:RVS:2026:4178
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en SIS-signalering wegens verblijf buiten Nederland
Appellant, een Bengaalse nationaliteit, kreeg op 1 september 2022 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie. Op 23 april 2024 trok de staatssecretaris deze vergunning in met ingang van 31 augustus 2023 vanwege onvoldoende studievoortgang en legde een terugkeerbesluit op, inclusief SIS-signalering. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in, stellende dat hij inmiddels in Portugal woonde.
De rechtbank oordeelde dat het niet noodzakelijk is dat appellant op het moment van het terugkeerbesluit in Nederland verbleef, maar wel binnen de EU. Appellant betwistte dit en verwees naar jurisprudentie en het Terugkeerhandboek. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellant met diverse documenten aannemelijk had gemaakt dat hij op het moment van het besluit in Portugal woonde, waaronder emigratieaangifte, arbeidsovereenkomsten en belastinggegevens.
De Afdeling oordeelde dat de minister ten onrechte het terugkeerbesluit nam en de SIS-signalering handhaafde. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 13 november 2024 vernietigd, en het bezwaar gegrond verklaard. De minister werd veroordeeld tot het verwijderen van de SIS-signalering en tot vergoeding van de proceskosten van €3.468,00.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en de SIS-signalering worden vernietigd omdat appellant ten tijde van het besluit niet in Nederland verbleef, en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.