ECLI:NL:RVS:2026:4179
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onbevoegdheid inzake intrekking verblijfsvergunning en terugkeerbesluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 31 mei 2023 de verblijfsvergunning van appellant ingetrokken en hem opgedragen de EU binnen 28 dagen te verlaten, met signalering in het Schengeninformatiesysteem. Appellant maakte bezwaar, dat in eerste instantie ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De minister nam op 11 september 2024 een nieuw besluit, waarop appellant opnieuw bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, maar stelde de rechtsgevolgen in stand. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter ambtshalve vast dat de rechtbank niet bevoegd was om uitspraak te doen over het beroep tegen het besluit van 11 september 2024, omdat dit besluit niet aan de Afdeling was voorgelegd conform artikel 6:19 Awb Pro.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep tegen het besluit van 11 september 2024 betrof en verklaart de rechtbank onbevoegd. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank wegens onbevoegdheid en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.